In De Secretarie organiseert het museum tijdelijke tentoonstellingen. Tot 1984 werkten hier de ‘ambtenaren ten stadhuize’. Bij de bouw in 1759 was de ruimte als kamer van de ‘Wagt’ en als ‘gevangenhuis’ in gebruik. De tentoonstellingen gaan over de geschiedenis van Sloten of sluiten aan bij de toverlantaarnpresenatie op de museumzolder.

Tentoonstelling 2011

Vanf 1 april 2011:

            DE BRIL VAN GERT

 Werken van kunstschilder Gert de Winter.

Gert de Winter schildert dingen die iedereen gezien heeft, maar waar nog niemand een schilderij van heeft gemaakt.

Wat hij schildert maakt hem niet uit: het is maar net wat hij ziet of wat hij in zijn hoofd heeft. Sommige dingen weet je van tevoren, andere niet. En als het klaar is heb je het idee dat het er altijd al geweest is. Het moet logisch aanvoelen: het mag bijzonder zijn, maar het moet wel kloppen.

Het idee wordt geboren, en dan gaat hij aan slag. Niet met de kwast, maar in zijn hoofd, want elk werk wordt van tevoren goed uitgedacht. Iedere keer moet hij weer uitvinden hoe hij wat hij in zijn hoofd heeft kan realiseren. Als het eenmaal klaar is, dan weet hij hoe het moet en zou het een volgende keer makkelijker zijn, maar ja, dan is het klaar. Dus moet steeds opnieuw het wiel worden uitgevonden, en zo is hij meestal wel een aantal weken of zelfs maanden bezig met de totstandkoming van een werk.

 

De Winter heeft ook een aantal aantrekkelijke werken gemaakt in de omgeving van Sloten

 
 Over Gert de Winter

           

Ger t de Winter (1945) maakt op zijn achttiende hij zijn eerste wandschildering. Sindsdien maakt hij  elk jaar zo’n zes à a zeven schilderijen en een groot aantal objecten, van zeer praktisch tot puur design, maar altijd verrassend en ingenieus: dingen die er nog niet zijn of die iets anders zijn. Soms maakt hij die objecten zelf, maar als het om technische redenen nodig is, laat hij het idee door een ander uitvoeren. Voor de schilderijen is dat niet nodig – die maakt hij echt allemaal zelf.

De Winter woont in Sloten, samen met zijn vrouw Jenny.

 

Tentoonstelling 2010

Vanaf 7 mei 2010: Geschiedenis van een adellijk geslacht.

                   DE HARINXMA’S even terug THOE SLOOTEN
 Als je ergens ‘even terug’ bent, dan impliceert dat dat je daar ooit gewoond hebt, maar nu niet meer. En dat geldt ook voor de Van Harinxma’s thoe Slooten: ooit hebben zij hier gewoond, ooit hadden zij hier de macht en hebben zij hun naam verbonden aan deze stad.

Maar hoe zijn ze hier terechtgekomen? Is hun geschiedenis verweven met het ontstaan van de stad, of verschijnen ze pas later op het toneel? En wat is er gebeurd dat ze Sloten ook weer verlaten hebben? Wanneer was dat, en waarom? Was het een vrije keuze, was er sprake van een dramatische gebeurtenis? Hoe is het hun daarna vergaan? De naam van deze oude hoofdelingenfamilie spreekt nog altijd tot de verbeelding. Hun nazaten hebben tot ver in de twintigste eeuw een belangrijke rol gespeeld in het openbaar bestuur, en met name in Friesland. Hoe komt het dat dit hen wel gelukt is, en andere hoofdelingenfamilies niet?

Deze tentoonstelling vertelt het verhaal van de Van Harinxma’s thoe Sloten vanaf stamvader en naamgever Haring Donia. Er is een grote stamboom gemaakt waarop alle personen en de belangrijkste gebeurtenissen zijn weergegeven. Zo kunt u de tentoongestelde portretten en documenten plaatsen en hoeft u niet te verdwalen in alle Agges, Bockes, Pieters, Catharina’s, Rixiarda´s, Binnerts, enzovoort.

Om u in dit verhaal wat wegwijs te maken, schetsen we hier de grote lijnen, en krijgt u natuurlijk ook antwoord op de vragen die hierboven werden gesteld.

 
 

De stichters van Sloten

 

Strikt genomen zijn de Harinxma´s niet de stichters van Sloten. De naamgever en stamvader van de familie is Haring Donia. Die leeft omstreeks 1400 in Heeg, en Sloten bestaat dan al zo’n 150 jaar. Maar er is wel een relatie tussen de voorouders van Haring Donia en de stichting van Sloten.

Dat zit zo. Vanaf ongeveer 1200 heeft het lage midden van Friesland te kampen met grote wateroverlast. Om die te bestrijden, werd een stuk hoogveen doorgegraven zodat het water kon afvloeien naar de Zuiderzee.  En daarmee ontstond een nieuwe vaarverbinding met de Zuiderzee, en daarmee met Utrecht en de IJsselsteden. In die periode zijn het de voorouders van Haring Donia die in dit gebied oppermachtig zijn. Zij zijn het dan ook die bij het strategisch gelegen kruispunt van de nieuwe waterweg met de oudere landweg twee stinzen bouwen. Daar omheen is Sloten gegroeid.

Van deze ontstaansgeschiedenis is een animatie gemaakt. Die is te bekijken op het scherm dat nu tijdelijk op de overloop staat. Even verderop, in de andere ruimte op deze verdieping, wordt een en ander verteld en getoond van de stinzen in Sloten. Daar staan ook twee maquettes.

 
 

De Harinxma’s vestigen zich in Sloten

 

Haring Donia zelf werd rond 1400 benoemd tot potestaat – zeg maar legeraanvoerder – van Westergo – de westelijke helft van het huidige Friesland. Hij was dus een behoorlijk machtig man, en zal op krijgsgebied zijn sporen wel verdiend hebben. In 1401 trouwt zijn oudste zoon Agge met de enige dochter en erfgename van de machtige hoofdeling Rienck  Bockema uit Sneek.

Voor de Harixma’s is dat een uitgelezen kans om de eigen macht uit te breiden en te consolideren. In de loop van de 15e eeuw weten de zoons en kleinzoons van Haring Donia via andere huwelijken, maar ook met regelrechte veroveringen, de nieuwe vaarweg onder hun beheer te krijgen - met als kralen aan een snoer de steunpunten Sneek, IJlst, Heeg, Woudsend en Sloten.

 
Consolidatie van de macht

Als je de macht eenmaal hebt, wil je die ook houden, en dat is in de vetemaatschappij die Friesland dan nog is nog niet zo eenvoudig. Wie Schieringer is en wie Vetkoper, wisselt namelijk nogal eens, en de scheidslijnen tussen de verschillende allianties lopen vaak dwars door familieverbanden heen.

Het gebeurt dan ook niet zelden dat neven en achterneven elkaar flink in de weg zitten. Dat was ook het geval met de kleinzonen en achterkleinzonen van Haring Donia. Op de stamboom beneden is bijvoorbeeld te lezen hoe Bocke Harinxma zijn neef verdrijft uit de tweede stins in Sloten, en daar zijn zoon Watze op zet. Deze Watze krijgt het op zijn beurt aan de stok met zijn achterneef, de beruchte Igo Galama uit Koudum, bijgenaamd ‘het woudzwijn’.

 

Huurlingen

De zoon van Watze is Pieter Harinxma, een achterachterkleinzoon van Haring Donia. Van hem is het portret dat op het affiche staat. Pieter lijkt een heel gesoigneerde heer – hij heeft nota bene een bloempje in zijn hand. Je kunt je dan ook maar moeilijk voorstellen dat hij de volgende dag weer in wapenrok door het natte Friese land banjert om het op te nemen tegen een of andere tegenstrever.

Maar in tegenstelling tot zijn voorgangers, hoeft hij dat waarschijnlijk niet meer persoonlijk te doen. Inmiddels werden namelijk huurlingen ingezet, op grote schaal en door alle strijdende partijen. Die huurlingen zijn natuurlijk geen oplossing voor de problemen in de Friese vetemaatschappij, maar kosten ondertussen wel handenvol geld. En wat denkt u dat die huurlingen doen als er geen geld meer is voor de soldij? Die slaan aan het plunderen, of nemen andere rigoureuze maatregelen.

Dat ondervond Bocke Harinxma, broer van Pieter, die door zijn eigen huurlingen werd gegijzeld en zwaar mishandeld. Ze worden vrijgekocht met hulp van de Groningers, maar de prijs voor die hulp is dat de Schieringers zich moeten aansluiten bij Groningen.

 
Einde Friese vrijheid

Om zich vervolgens weer van de Groningers te ontdoen, wenden de Schieringers zich tot hertog Albrecht van Saksen. En Albrecht klaart de klus: hij verdrijft de Groningers, herstelt de rust, maar brengt de vrije Friezen ook weer onder het centraal gezag van het Heilige Roomse Rijk.

Met het einde van de Friese vrijheid wordt ook de macht van de hoofdelingen aan banden gelegd. Pieters pleegzoon en erfgenaam – Watze geheten naar zijn grootvader – moet zelfs zijn huis afstaan aan de Hertog. Die eist het op als steunpunt voor zijn gezag, omdat het 'zeer sterck ende schoon' was. Of de familie dan nog wel de andere stins in Sloten in bezit heeft is niet bekend. De Harinxma’s blijven hoe dan ook wel in Sloten wonen, maar niet zo heel lang meer.

 
Naar Emden

De laatste is namelijk Watze´s kleinzoon Homme. Homme was hier burgemeester maar moest de stad in 1560 ontvluchten, om religieus-politieke redenen. Met zijn gezin zocht hij een veilig heenkomen in de Duitse havenstad Emden. Hun kinderen zien we terug in andere wijkplaatsen van de Calvinisten: in Londen, of in Genève, waar hun zoon Pieter gaat studeren.

 
Doedt van Mockema

Homme overlijdt in Emden en zal Friesland dus nooit terugzien. Zijn weduwe Doedt van Mockema keert wel terug, maar niet naar Sloten. Zij neemt haar intrek in het familieslot van de Mockema’s: Sjuksmastate in Waaxens, in het verre Noorden van Friesland.

Het huis in Sloten is in de strijd tegen de Spanjaarden namelijk zwaar beschadigd, en het bouwmateriaal dat bedoeld was voor het herstel is geroofd en gebruikt voor de stadsomwalling. Die zijn in 1580 opnieuw aangelegd als verdediging tegen de Spanjaarden. Het verzoekschrift waarin Doedt de Staten van Friesland vraagt om een vergoeding voor het geroofde materiaal, is voor het eerst in Sloten tentoongesteld in één van de vitrines beneden.

Doedt is hoogbejaard als ze overlijdt. In de tentoonstellingsruimte is het dootboeck te zien dat is opgetekend door Ernst Harinxma van Donia (uit een andere Harinxmatak dus). Daarin schreef hij: Op een Sondach voormiddach onder die predikatie sterff Jfr. Doed Mockma, weduwe van Homme Harinxma tot Sloeten, olt 94 jaer.

 
Terug in Friesland

Eenmaal terug in Friesland, zijn de Van Harinxma’s thoe Slooten net als andere Friese adellijke families veel meer dan voorheen internationaal georiënteerd. Dochters verblijven een tijdje bij adellijke families in Engeland om goede manieren te leren, de zoons studeren in het buitenland. De familie doet ook enthousiast mee aan de mode van de alba amicorum – oftewel vriendenalbums.

 
Alba amicorum

Het is de moeite waard even stil te staan bij die alba. Ze gelden als de voorloper van het poeziealbum, dat tot op de dag vandaag populair is bij meisjes. Maar in de zeventiende eeuw zijn het vooral de studenten die er zo’n album op nahouden. Op hun reizen langs Europese universiteitssteden verzamelen ze bijdragen van professoren en medestudenten.

Het bijzondere aan de Harinxma-alba is dat vier ervan zijn aangelegd door vrouwen. Dat is voor die tijd heel ongebruikelijk. Ze zijn bovendien zeer luxueus uitgevoerd. Helaas zijn deze alba erg kostbaar en kwetsbaar, en ze worden niet uitgeleend voor tentoonstellingen. Maar u kunt er wel doorheen bladeren: alle pagina’s zijn namelijk gescand en worden in de tentoonstellingsruimte getoond in een doorlopende diavoorstelling.

 

Grietmannen en Commissarissen des Konings

Ook al gaat het de familie dus goed daar in het noorden van Friesland, zij worden niet van meet af aan opgenomen in de exclusieve kring van grietmanfamilies. Maar het ontbreekt hen niet aan ambitie, en net als vroeger in de Zuidwesthoek sluiten ze strategische huwelijken. Dat pakt vaak goed uit, maar niet altijd. Leest u op de stamboom maar eens het relaas over het huwelijk van een kleinzoon van burgemeester Homme van Harinxma met Catharina van Camminga.

Pas aan het eind van de zeventiende eeuw, zo´n honderd jaar nadat Homme en zijn gezin uit Sloten zijn weggetrokken, weet de familie weer zo’n lucratief grietmansambt te bemachtigen. Vanaf dat moment levert haast iedere generatie wel één of meer grietmannen.

Rond 1900 zijn het geen grietmannen meer, maar zien we twee Commissarissen des Konings, later van de Koningin. De beide CvK´s Van Harinxma thoe Slooten hebben veel voor Friesland gedaan. Binnert Van Harinxma thoe Slooten heeft de aanleg van de Nieuwe Zwemmer en het Tjongerkanaal bevorderd. En naar zijn zoon Pieter is het Harinxmakanaal vernoemd.

En zo zijn we weer terug bij de Friese waterhuishouding waar deze geschiedenis ook mee begon, en is de cirkel rond.

 

© Margriet Agricola 2010

www.tekstencultuur.nl

Tentoonstelling 2009
Gerhild van Rooij - 11 Steden Chapeau!

In het trappenhuis van Museum Stedhûs Sleat zal een installatie te zien zijn van 100 zwevende ijsmutsen en ijs citaten ter ere van de viering van 100 jaar Vereniging De Friesche Elfsteden.

50 citaten en historische teksten over IJs en Schaatsen zijn met 50 mutsen tot één zwevend geheel verweven. De mutsen die Gerhildd van Rooij voor deze installatie gebruikt zijn gemaakt voor de theatrale 11 stedentocht van Tryater 2008-2009, die zich voor een deel in Sloten afspeelde.

De kunstenares koos voor de titel "Chapeau "omdat zij symbolisch:                       

de hoed afneemt voor de 11-steden van de tocht en dus ook voor Soten.De hoed afneemt voor de viering van 100-jaar Verenining De Friesche Elfsteden, het kader waarbinnen de expositie wordt gehouden. Zij ook "chapeau "zegt voor de makers van de gebreide mutesn van de "barre en bizarre " 11 stedentocht van Tryater. En voor  "it grut aventoer "dat Tryater en alle medewerkers zo succesvol hebben gerealiseerd. Zonder Tryater waren er geen mutsen geweest en zonder mutsen geen installatie.

Gerhild van Rooij   - Bevroren drieluik

Op de eerste verdieping van Museum Stedhûs Sleat zal in de Vertrekkamer, de kamer met de lichtblauwe wanden, het analoog gefotografeerde drieluik "Bevroren "te zien zijn. Drie verstilde beelden die in een subtiel kleurenpalet onverwachte diepte in bijzondere ijssporen zichtbaar maken. Het drieluik wordt aangevuld met het gedicht "Bevroren "geschreven door Aleid Swieringa.            

Tentoonstelling 2008

Schilderijen John Postma

John Postma woont in Sloten. Hij werd in 1940 in Den Bosch geboren en volgde een grafische opleiding in Amsterdam. Jarenlang was hij werkzaam in de reclamewereld, maar daarnaast hield hij zich ook bezig met de schilderkunst. Tegenwoordig is hij fulltime schilder

De schilderijen van John Postma weerspiegelen deels zijn fantasiewereld deels zijn indrukken opgedaann tijdens de vele reizen die hij regelmatig maakt naar verre landen en afgelegen gebieden. Of het nu vreemde culturen, niet westerse architectuurvormen, leefomstandigheden in de dere wereld zijn; Postma weet de beelden te vervlechten tot sfeervolle composities van kleur, licht en vlakken. Realistisch, bijna fotografisch geschilderde gezichten worden afgewisseld met schilderijen waarin fatasie elementen het beeld een andere demensie geven.

In de tentoostelling van Museum Stedhûs Sleat is gekozen voor werken met reisimpressies. Schilderachtige en mysterieuze beelden van verre landen en plaatsen als Jemen, Ladak, Nepal en Tunis.

Tentoonstelling 2007

Sloten en de Zuiderzee

Het museum organiseert tot en met 31 oktober 2007 de tentoonstelling "Sloten en de Zuiderzee ". De tentoonstelling laat zien hoe belangrijk de rol van Sloten als doorvoerhaven in de 15 de tot en met de 18 de eeuw was, welke produkten werden verhandeld en welke invloed de handel had op het dagelijkse leven in Sloten.

De tentoonstelling is onderdeel van de manifestatie "Zuiderzee ", waarin het museum samenwerkt met Bezoekerscentrum Mar en Klif in Oudemirdum, Museum Hidde Nijland Stichting in Hindeloopen, de Bibliotheken Lytse Súdwesthoeke, de Muziekschool Zuidwest Friesland / Ritmyk en enkele kunstenaars.

Samen ontwikkelen zij een cultuur, kuntzinnig en educatief programma voor het basisonderwijs. Leerlingen maken in het programma kennis met verschillende disciplines als cultureel erfgoed, beeldende kunst, dans, muziek, literatuur en theater/drama rond het thema "Zuiderzee".

Educatief programma voor de groepen 5 t/m 8

De leerlingen  max.30,gaan in groepjes van 2 een parcours afleggen door de tentoonstelling.De leerlingen leren op een speelse manier o.a. welke schepen door Sloten voeren. Welke goederen ( kaas,turf en vis) er werden verhandeld en hoe de goederen op de stadswaag werden gewogen, zodat aan de stad belasting kon worden betaald.Hiervoor gaan ze zelf aan de slag door goedern te wegen bij de waag. Ze knopen een stoere zeemansarmband en leggen een mastworp in een touw. Ze gaan zelf vissen en nog veel meer.De opdrachten beslaan de leergebieden; rekenen.aardrijkskunde,geschiedenis en handvaardigheid.Kosten: €1,50 per leerling.Duur: 90 min. Begeleiding:leerkracht en museummedewerker.Beschikbaar : sept/okt. 2007, di.t/m vrij.Voor meer informatie: Gonny Hornstra 0514-531541 of Nynke Lootsma 0513-623408. Opgave per mail:info@museumstedhussleat.nl, fax: 0514-531898 of telefoon 0514-531541.

Tentoonstelling 2006

Ogen bedrogen,optische illusies

De tentoonstelling "Ogen bedrogen " ( gemaakt door het Industrion in Kerkrade ) bestaat uit 24 optische illusies; beelden die de ogen of de hersenen voor de gek houden. Bij deze tentoongestelde illusies weten de hersenen niet hoe ze moeten zien en raken in de war. Normaal gesproken hebben de hersenen "trucjes "om diepte te zien en te bepalen hoe ver iets is. Door bijvoorbeeld naar schuine lijnen  te kijken kan de diepte en de afstand worden bepaald. Maar ook licht en schaduw laten veel van voorwerpen zien. De optische illusies ontstaan dus tijdens het aanschouwen van tentoonstelling "Ogen bedrogen ". Bij het bekijken van de optische illusies ziet u dus eigenlijk dingen die er niet zijn.